Racereports 2014

Spa Summer Classic

By 10 May 2017 January 8th, 2020 No Comments

(voor Nederlands even naar beneden scrollen)

The dutch championship for pre-’65 Touring Cars and GT’s made its annual pilgrimage to Spa-Francorchamps at the Spa Summer Classic. The first race was won by local expert Antoine van Riet in his Lotus Elan after polesitter Graham Wilson, also in an Elan, caused chaos by spinning at La Source hairpin. This eliminated Stummeyer’s Ford GT40 and delayed numerous others. Second place qualifier Michiel Campagne had to run wide and didn’t feature in the race, having chosen and old set of tires for his Corvette Grand Sport. Rob Bergmans came from 11th at the start to lead initially, but the treacherous conditions did not favour the heavy Iso Rivolta. Van Riet thus took the lead, although he was challenged all the way by former stockcar racer Antony an den Oetelaar in an E-type Jaguar. The Porsche 911s went well in the rain, Jochem Gratama finishing third, as did the Mini’s, with Roger Ebdon winning the touring car class and coming a giant-killing 11th overall in the 54-car field.

Sunday’s race was dry. It started without polesitter van Riet, a driveshaft of his Lotus having broken in an earlier race. Bergmans again took off in the lead. This time he was challenged by Andy Wolfe, in Wilson’s Lotus Elan. Wolfe was extremely quick before retiring on lap 5 with an oil leak. Bergmans retook the lead, but he had to relinquish it on the final lap, giving the win to Armand Adriaans in a Shelby AC Cobra. V8 power ruled, Han in ‘t Veld coming third in his TVR Griffith, while Dirk Janssen moved up to 5th from 26th in Campagne’s thundering Corvette Grand Sport. Steve Perry won the saloon car class with a Ford Falcon.

Regen en zonneschijn op Spa-Francorchamps

Het 7 kilometer lange circuit van Spa-Francorchamps vormde het strijdtoneel voor de derde en vierde ronde om het Delta Lloyd Xclusief Nederlands Kampioenschap voor historische toerwagens en GT’s. Er is altijd veel belangstelling voor de race op Spa, de inschrijflijst telde een kleine 60 namen. Dat worden er in de praktijk altijd een paar minder, zo arriveerde Dennis Bron zonder auto vanwege een kapot motorblok in zijn MGA.
De kwalificatie werd gedomineerd door de Brit Andy Wolfe, die door Graham Wilson was aangezocht als tweede rijder op zijn Lotus Elan. Wolfe was met met 2:58,8 een tiende seconde sneller dan Michiel Campagne, die de Corvette Grand Sport dit weekend deelde met Dirk Janssen. Georg Stummeyer volgde op een halve seconde met een niet helemaal vlekkeloos lopende GT40. Alexander Schlüchter was vierde met zijn Lotus Elan, voor Antony van de Oetelaar/Onno Vlaanderen met de E-type. Daarachter volgde lokale man Christophe van Riet met opnieuw een Elan. De top-10 werd volgemaakt door een rijtje V8’s, te beginnen met de Corvette van Max Boodie, dan de Shelby AC Cobra van Armand Adriaans en de Ford Falcon van Norbert Gross/Steve Perry, op 1/10e gevolgd door die van Martin Bijleveld/Jaap van de Ende. Dat had anders kunnen zijn als Bijleveld niet halverwege de sessie zou zijn stilgevallen. Hij kreeg de auto wel weer aan de praat, maar kon niet meer wegkomen uit het natte gras. Andere pechvogels waren Karen Campagne, die in Les Combes strandde met een kapotte shifter van de Ford Mustang en Jochem Kentgens die koelwater problemen had met zijn Morgan +4. Het spectaculairste moment van de kwalificatie kwam op het conto van Ad Vermeulen, die spinde bij het opgaan van de Raidillon en bijna werd ge-T-boned door een Mustang.

Race 1: bandenkeuze en lokale kennis cruciaal

Waar het op donderdag en vrijdag in de middag opklaarde, bleef het op zaterdag nat. Ruim voor half 5 ging de pitlane open en reed iedereen naar de start. Norbert Gross en Norman Davidson Kelly (Jaguar E-type) waren iets later dan de rest. De officials kenden geen genade, ze moesten uit de pits starten. Tijdens de opwarmronde hadden Martin Bijleveld (Ford Falcon) en Leo Landman (Ford Cortina) moeite om weg te komen. De startvolgorde voor de rollende start werd zodoende flink door elkaar gehusseld. De wedstrijdleiding stoorde zich hier echter niet aan en zette het licht gewoon op groen.

Graham Wilson mocht vertrekken van de eerste plek, maar spinde door zijn onervarenheid in La Source. Chaos was het gevolg. Stummeyer en Schlüchter konden elkaar niet ontwijken en de GT40 toucheerde de blauwe Elan. Daarachter was het dringen. Michiel Campagne en Antony van den Oetelaar wisten de drukte te ontwijken door wijd te gaan bij het uitkomen van de bocht, maar dat kostte wel het nodige terrein. Rob Bergmans manoeuvreerde het slimste en stuurde zodoende zijn Iso Rivolta als eerste tegen de Raidillon omhoog, gevolgd door Van Riet, Adriaans, Boodie en Roland Zoomers die met de E-type ook flink wat plaatsen gepakt had. Stummeyer strompelde intussen de pits in met terminale schade aan de GT40 en ook Martin Bijleveld meldde zich daar.

Bij de eerste doorkomst had de Belg Antoine van Riet de leiding plaats van Bergmans overgenomen. Han in ‘t Veld reed met de TVR Griffith een ijzersterke eerste ronde, hij haalde vijf concurrenten in en kwam als 5e door. Graham Wilson vocht zich terug, hij kwam naast de Healey van Meijer/Jansen door Eau Rouge , maar spinde even verderop opnieuw. Daarmee verkeerde hij in goed gezelschap, want bijna iedereen spinde op de verraderlijke gladde baan wel een keer en velen aanzienlijk vaker.
Michiel Campagne kende een moeilijke race, hij had oude banden onder de Corvette Grand Sport laten zetten. Die genereerden nauwelijks grip en dus moest hij heel voorzichtig rijden. Aan het einde van de eerste ronde werd hij bij het aanremmen van de chicane links en rechts gepasseerd, aan de ene kant kwam Patrick Koel voorbij met de Porsche 911, aan de andere kant de Healey van Meijer/Jansen. Jochem Kentgens zat intussen alweer in de problemen, grote stoomwolken stroomden onder de motorkap van de Morgan vandaan.
In de regen waren de Porsche rijders in hun element, Theo van Gammeren leidde de dans na een mooie inhaalmanoeuvre op Jochem Gratama. Ook de Mini’s gingen als een speer, voorwielaandrijving en verse banden deden hun werk. Rob Rappange passeerde Bert du Toy van Hees (Lotus Elan) bij het opgaan van de steile helling alsof hij stilstond en Roger Ebdon reed daar zelfs nog voor, net buiten de top-10. Van den Oetelaar zette intussen snelle tijden op de klok, hij hengelde Bergmans langzaam maar zeker binnen en ging er in ronde 4 voorbij.
Ook in de minder snelle helft van het veld waren er mooie acties te zien. Rhea Sautter (Jaguar E-type) werd achtervolgd door Gerrit Jan van Leenen (Lotus Cortina) Peter Späth (Triumph TR4) en Norman Kelly Davidson (E-type), terwijl ook Christoff Forell (Triumph TR4), Ad Vermeulen en Matthijs de Heus (MGB) in in close company streden.
Lotus Elan rijders Wilson, Schlüchter en Jos Stevens knokten met elkaar en met Joep Westerveld in de Marcos, maar de volgorde wijzigde steeds als er weer iemand spinde en een aantal plaatsen terugviel. Michiel Campagne zat intussen in een treintje met broer Frits (Ford Falcon), Sjoerd Peereboom (MGB) en Nico Zonneveld (Morgan +4) die hem één voor één en voorbij gingen. Ook debutant Jac Meeuwissen reed hiertussen met zijn Austin Healey. Niet bepaald de gemakkelijkste vuurdoop gezien de verraderlijke omstandigheden, maar hij bracht het er goed vanaf.
Van Riet liet intussen zien dat hij de grenzen van de grip van zijn Lotus goed kende, elke ronde ging hij gecontroleerd driftend de Raidillon op. Toch was van den Oetelaar sneller, hij reed naar de Belg toe en nam in de zevende ronde voor de oude pits zelfs de leiding over.
Ondanks de vele spins en uitstapjes in de grindbak bleef de het aantal uitvallers beperkt. Max Boodie kraakte weliswaar de achterkant van zijn Corvette, maar ook hij kon zijn race vervolgen. Alleen Cees Vis strandde met een kapotte koppeling van de Ford Cortina GT en dat was jammer voor hem, want in de drie rondjes die hij reed, zette hij met afstand de snelste ronde in de CT08 klasse.

In de eindfase van de wedstrijd waren Jochem Gratama en Norbert Gross snel onderweg. Gratama ontworstelde zich aan Van Gammeren en ging ook Bergmans voorbij. Gross was begonnen op plaats 50 en reed na zes ronden de top-20 binnen en Frits Campagne voorbij, goed voor de eerste plaats in de CT10 klasse. Van den Oetelaar werd intussen geschaduwd door Van Riet, die zijn lokale kennis benutte en met de finishvlag in zicht in de chicane een beslissende uitremactie pleegde. Gratama was derde, maar Bergmans wist de andere 911’s van Theo van Gammeren en Patrick Koel wel achter zich te houden.
Roger Ebdon was de snelste bij de toerwagens op plaats 11, voor Rob Rappange en Frans van Maarschalkerwaart in zijn BMW 1800. Daarna volgden Gross en Frits Campagne, terwijl Jasper Izaks met zijn Fiat Abarth de zesde “tin top” en 25e overall was.

Race 2: Bergmans weer nèt niet

Op zondag was het droog en zonnig. Dat was goed nieuws voor Dennis Bron, want hij mocht de dikke Ford Mustang van Karen Campagne lenen, en natuurlijk ook voor alle andere V8-coureurs. Slecht nieuws was er daarentegen voor Antoine van Riet: zijn aandrijfas brak in een andere race en hij moest zich afmelden.
Rob Bergmans liet opnieuw zien dat hij snapt hoe je rollend moet starten, weer was hij als eerste weg. Voor Onno Vlaanderen was het nog even wennen aan de E-type, maar hij sloot toch aan op plek twee. Hans de Back reed nu in de witte Porsche en beklom als derde de Raidillon, voor Adriaans, van Gammeren en Koel. Bergmans maakte goed gebruik van de voorzichtig startende concurrentie en bouwde in de openingsronde een voorsprong van bijna 6 seconden op. Maar er was nog iemand snel onderweg, de Brit Andy Wolfe wilde laten zien dat de Lotus Elan die hij voor Graham Wilson gebouwd had een winnaar was. Gestart vanaf plaats 19 lag hij na één ronde al derde en hij nam aan het eind van ronde twee de kop over. Het feestje duurde echter niet lang, want de Lotus rookte behoorlijk. Liever dan de motor te beschadigen parkeerde Wolfe de auto na vijf ronden in de pits. Ook Jochem Kentgens’ Morgan produceerde weer rook, of beter gezegd waterdamp. Hij parkeerde bij zijn vaste baanpost, waarvan hij de bemanning inmiddels tot zijn intieme vrienden kan rekenen. Een andere uitvaller was Klaas Span, die het strijdtoneel voortijdig verliet met een zieke Mini.
Nu van Riet ontbrak was het aan Guy Fawe, een andere snelle Belg met een Lotus Elan, om de nationale eer hoog te houden. Fawe had zijn zinnen op een podiumplaats gezet en lag kortstondig vierde, maar helaas liet ook bij hem de Lotus-techniek het afweten.
Ook deze keer waren er volop gevechten, de krachtige auto’s knokten zich naar voren, terwijl degenen die in de regen goed hadden gepresteerd uit alle macht probeerden om voor te blijven. Zo zagen we Joep Westerveld met de Marcos die de hete adem van Pieter Boel (Iso A3C) en Max Boodie in zijn nek voelde.

Bergmans reed nu dus weer vooraan met de grote Iso Rivolta, met op enige afstand Adriaans in de lichtere AC Cobra. Daarachter volgden In ‘t Veld en Schlüchter, terwijl Vlaanderen wat terrein had moeten prijsgeven. Steve Perry reed onbedaarlijk hard met de Ford Falcon en wist zelfs Schlüchter enige tijd voor te blijven, na een foutje van de Duitser. Jos Stevens deed het omgekeerde: hij remde zijn Lotus Elan in de chicane voorbij de Ford Falcon van Frits Campagne. Verderop zagen we gastrijders Norman Davidson (E-type) Kelly en Jørn Rasmussen (MGB) opgejaagd worden door de Cortina van Cees Vis en de MGB van Egbert Kolvoort. Henk en Jasper Izaks kwamen op het droge pk’s te kort en maakten er daarom een onderling feestje van. De Abarthjes waren constant aan het stuivertje wisselen, totdat Jasper’s motor er mee ophield.
Alexander Schlüchter remde Han in ‘t Veld uit in de chicane, maar zijn vreugde was van korte duur, want de TVR-piloot pakte de plek onmiddellijk weer terug. Naarmate de race vorderde nam bij velen het zelfvertrouwen toe en gingen de rondetijden omlaag. Dirk Janssen ging steeds harder in de Corvette Grand Sport en liet zelfs een bescheiden powerslide zien in de Raidillon, maar de race was te kort voor hem, zijn opmars vanaf positie 15 strandde net buiten het podium. Rappange maakte korte metten met collega-Mini-rijder Tim Watson en ook hem zagen we mooi driftend de helling opgaan.

Bergmans zag ondertussen Adriaans en In ‘t Veld steeds dichterbij komen en in de laatste ronde kwam het onvermijdelijke moment dat de AC Cobra voorbij ging aan de Iso Rivolta. In ‘t Veld kwam op de streep 4/10e tekort, maar kon toch tevreden zijn met de derde podiumplaats. Perry lag geruime tijd vierde, maar viel aan het eind nog twee plaatsen terug achter Janssen en Schlüchter. Daarna volgden Onno Vlaanderen en Bert du Toy van Hees. GTS11 werd gewonnen door Hans de Back, voor Joep Westerveld en Patrick Koel. Edwin Dijkman was de snelste van de maar liefst 5 MGB’s in deze goed bezette klasse.
Bij de toerwagens won Perry, op enige afstand gevolgd door Frits Campagne. De derde plaats en de winst in CT08 was voor Leo Landman die zijn Lotus Cortina nipt voorbij de BMW van Van Maarschalkerwaart en de Mini van Rappange stuurde. Hij was gestart op plaats 48 en had dus 26 plaatsen goedgemaakt. Dat was echter nog niet de sterkste inhaalrace, want die was van Georg Nolte: onopvallend maar strak sturend reed hij zijn Jaguar E-type van plaats 51 naar 16.
Voor Rob Bergmans was er uiteindelijk toch een overwinningsbeker, want in het gecombineerde klassement van de beide races stond hij wel degelijk bovenaan, voor het duo Van den Oetelaar/Vlaanderen.