(voor Nederlands even naar beneden scrollen)

The Spa Summer Classic always draws a record number of NK HTGT competitors to the Grand Prix Circuit in the Ardennes. This year, the main point of focus was a battle of the titans between three icons of the sixties: the Ford GT40, Shelby Cobra Daytona and Chevrolet Corvette Grand Sport. Michiel Campagne had been fastest in qualifying in the brutal Corvette GS, but at the rolling start it was Olivier Ellerbrock in the Lanzante-run Cobra Daytona who took the lead. For a change the whole field safely negotiated La Source hairpin. However, there was first lap drama elsewhere, sparks flew as Jac Meeuwissen was a passenger in his three-wheeled Big Healey, ending up in the gravel trap. Meanwhile Ellerbrock and Campagne were having a mighty battle. The Corvette took the lead on several occassions, but from the moment they had to negotiate backmarkers, Ellerbrock had a small advantage. The remaining icon, Georg Nolte’s Ford GT40, meanwhile moved up to third. Fastest of the “ordinary” cars was Norbert Gross in his Ford Falcon. The other touring car classes were won by Thomas Ardelt in the Volvo Amazon, Alexander Schlüchter in the Lotus Cortina and Rob Rappange in the Austin Cooper S. De GT classes fell to Sander van Gils (Lotus Elan), Robert Hamilton (Marcos 1800GT) and Fred Corporaal (Lotus Elite). Daniela Ellerbrock took the wheel of the Cobra Daytona for Race 2. She performed a cautious start, allowing Gross to take the lead at La Source. On the following straight, Michiel Campagne immediately powered by to take the lead. Unfortunately, the race was interrupted by a Safety Car period after Nykle Meyer’s Jaguar E-type deposited its oil on the track. There were numerous spins and slides, luckily without any damage. At the restart, the leaders had closed up. Nolte was now holding second and looking for more, but Campagne remained in control. Gross was happy with a podium finish and another class win. The other class winners were as in Race 1, Van Gils, Hamilton, Corporaal, Ardelt and Rappange, with the exception of CT08 which was won by Gerrit Jan van Leenen in a Lotus Cortina.

NK HTGT powered by Visser Contactlenzen 2015 @ Spa Summer Classic
Voorafgaand aan het Spa weekeinde veranderde er nog het één en ander op de inschrijflijst. Zo verdween de Ford GT40 van de Portugees Diogo Ferrao van het toneel, maar kwam die van Georg Nolte ervoor terug. Een andere nieuwe en onbekende naam was die van Daniela Ellerbrock, met een Shelby Daytona Coupé. Dat bleek een serieuze auto te zijn, gerund door het Britse Lanzante team.

Kwalificatie
Maar in de kwalificatie was het gewoon Michiel Campagne die aan twee rondjes genoeg had om de Corvette Grand Sport op de pole te zetten. De tweede tijd was voor Rainer Vorköper in de Jaguar low-drag, die altijd snel is op Spa. Norbert Gross kwam zoals altijd weer zeer goed beslagen ten ijs, de groen-wit-gouden Falcon wordt bijna wetenschappelijk voorbereid op elke race. In CT10 kan niemand aan hem tippen, maar Asterix is pas tevreden als hij het van iedereen wint. Hij mocht starten van P3. Mevrouw Ellerbrock bouwde het rustig op en eindigde op de vierde plaats. Er bleek overigens ook een meneer Ellerbrock te zijn. De vijfde tijd was voor Rob Bergmans, met verse wielen onder de Iso Rivolta. Op P6 noteerden we de snelste Lotus Elan en die werd bestuurd door iemand die we al een tijd niet gezien hadden, Sander van Gils. Frits Campagne was de volgende op de tijdenlijst, maar niet in zijn Ford Falcon, want die zat in de lappenmand. In plaats daarvan bestuurde hij de gele Corvette Stingray en dat was, zo zei hij, verslavend. Achter Nolte in de GT40 volgde een rijtje CT10 bolides: Bijleveld/v.d. Ende, Deenik, Waaijenberg en Adriaans. In GTS11 had Theo van Gammeren de beste tijd met de Porsche 911, voor de verrassende Mark Dols in de MGB. De snelle Marcos wist geen tijd te zetten, want Richard Evans, onze specialist in vloeistoflekkages, moest al na 1 ronde naar de kant met een afgebroken koppeling in het remsysteem. Bob Stevens was weer sneller dan vader Jos en Bert du Toy van Hees troefde Corporaal en Lombard af in de kleine GT-klasse. In CT08 was Schlüchter in zijn Lotus Cortina, geheel volgens verwachting, de snelste. Bij de Mini’s was de volgorde Rappange – Ebdon – Span, want René de Vries, Bert Mets en Nico van Velzen reden op Brands Hatch en het duo Izaks/Verzijlbergen was nog niet gearriveerd. En ja, er was ook een deelnemer in CT09 en wel Thomas Ardelt in de hagelwitte Volvo Amazon, een auto die we al vele malen aangekondigd hadden gezien en die nu eindelijk klaar was.
Helaas was de kwalificatie voor sommigen meteen het laatste optreden van het weekend. Dols en Deenik hadden mooie tijden gezet, maar konden moesten verder aan de kant blijven vanwege uitgelopen krukaslagers. Stephen Perry had allerlei hoogst onduidelijke problemen met zijn Ford V8 die resulteerden in gesmolten bougies. Hij besloot om zijn huiswerk over te gaan doen. Lars Bondesson moest de motor van zijn Lotus Elan wisselen en de Shelby Mustang van het duo Van Putten / Voerman had een vermoedelijk gescheurde kop. ’s Avonds laat was hier een heel leger experts mee bezig. “Scartie” was tijdens de kwalificatie de startmotor van zijn Lotus Elan verloren, maar de baancommissarissen bezorgden hem weer netjes terug zodat hij er weer op kon worden geschroefd.
Race 1
De wedstrijdleiding had dit jaar gekozen voor een rollende start. Niet zo’n gek idee, want het is altijd een hoop gedoe voordat zo’n groot veld netjes stilstaat. Nu rolden vijftig auto’s min of meer in formatie naar de startstreep en mocht er, mits je de chicane door was, ingehaald worden vanaf het moment dat de lichten uitgingen. Voor Frank Romo ging dat helaas niet lukken, hij moet zijn Lotus Cortina nog voor de start aan de kant zetten met een doorgeslagen koppakking.
Of er een verband is met de rollende start, is de vraag, maar het hele veld kwam zonder problemen door de Source haarspeldbocht. Verrassend was wel dat de blauwe Cobra Daytona, bestuurd door Olivier Ellerbrock, de eerste was die de hoek om kwam zetten. Michiel Campagne liet dit echter niet op zich zitten, hij vloerde het gaspedaal van de Corvette Grand Sport en dook als eerste de Eau Rouge bochtencombinatie in. Ook Nolte had een goede start, hij lag derde, voor Vorköper en Gross. Voor Jac Meeuwissen eindigde de race in de eerste ronde, hij parkeerde zijn driewielige Healey al vonken sproeiend in de grindbak van Stavelot. Ondertussen had Ellerbrock de leiding weer teruggepakt, hij kwam als eerste uit de Bus Stop.
Bij de tweede doorkomst was het alsnog dringen in La Source. Roeland Voerman koos voor een wijde lijn en moest Martin Bijleveld in de Falcon en Rob Bergmans’ Iso voor laten gaan, terwijl Frits Campagne op zijn bumper terechtkwam. Verderop kwam niet alleen Richard Evans naar voren in zijn blauwe Marcos, maar ook Robert Hamilton in een oranje exemplaar voorzien van een onafhankelijke achterwielophanging. Hamilton kennen we uit vroeger tijden, toen reed hij in een Triumph TR4, en in deze smetteloos uitziende Marcos ging hij werkelijk als een raket. Thomas Ardelt had het duidelijk naar zijn zin, hij smeet zijn Volvo tegen Eau Rouge op, waarbij hij de Lotussen van Lars Bondesson en Gerard Zwart het nakijken gaf.
Bij de Bus Stop kwam het veld weer in beeld en het was Ellerbrock die aan kop ging, voor Michiel Campagne. Zij hadden al afstand genomen van Nolte, die kort voor Gross reed. Bergmans had terrein verloren, Bijleveld lag nu vijfde voor Voerman en de snelle Sander van Gils. Daarna volgden Waaijenberg, Adriaans en Vorköper, die zijn vorm uit de kwalificatie niet kon vasthouden en uit de top-10 dreigde te worden verbannen door Frans van Maarschalkerwaart in de Shelby. Bob Stevens bezette P2 in GTS10 voor vader Jos, terwijl GTS11 een Porsche onderonsje was met Theo van Gammeren voor Erwin van Lieshout, maar lang zou dat niet duren want Hamilton en Evans kwamen met rasse schreden dichterbij. Daarachter streed een MGB trio bestaande uit Niek van Gils, Edwin Dijkman en Egbert Kolvoort. Ardelt wist zijn Zweedse tank nog altijd voor de Zweed Bondesson te houden – de reservemotor van de blauwe Lotus had grote moeite om heuvelop te rijden.
Michiel Campagne haalde nu alles uit de kast en wist de leiding weer over te nemen. Bij het ingaan van Eau Rouge blokkeerden elke ronde even de voorwielen van de Grand Sport, wat zorgde voor onheilspellende rook. Een GT40 opgejaagd door een Falcon is een merkwaardig gezicht, ook al hebben ze onder de kap dezelfde techniek, Nolte hield stand voor Gross. Voerman lag nu op P5, achtervolgd door Bijleveld en Sander van Gils, terwijl Bob Stevens nu Max Boodie in zijn Mustang als buffer naar zijn vader had.
Daarachter volgde Bas Jansen, de snelste resterende Healey en oudgediende Maarten Fokke, als altijd onderweg in een Shelby Mustang, in gevecht met Thomas Kargus in de Lotus Elan. Hamilton ging nu aan de leiding in GTS11, voor Van Gammeren, Evans en Van Lieshout. Bij de kleine toerwagens was het Rob Rappange op ruime afstand voor Klaas Span. Roger Ebdon had moeten opgeven met een kapotte koeling en bij Jasper Izaks was een aandrijfas gebroken. Van Gils leidde nog immer het MGB treintje. In CT08 had Alexander Schlüchter een grote voorsprong op Gerrit Jan van Leenen en Gerard Zwart. Van Leenen werd achtervolgd door Michel Lombard in de Alpine A110 niemand minder dan Jochem Kentgens. Na wat laatste afstelwerkzaamheden door motorbouwer Joe Willems liep de Morgan +4 nu eindelijk goed, en hij bleef rijden ook! Jochem moest eerst even acclimatiseren, gewend als hij is om na een paar rondjes te stranden, maar naarmate de race vorderde kreeg hij de smaak te pakken.
Intussen had Ellerbrock de leiding weer in handen en waren de banden van de Corvette Grand Sport, die bij de start al niet okselfris waren, aan hun eind, zodat Campagne zijn aanvallen moest staken. Voerman was nu los van het achtervolgende groepje, waarbij Bergmans en Frits Campagne zich hadden aangesloten. Vorköper had het tempo weer wat opgeschroefd en werd door Dirk Waaijenberg’s Falcon de heuvel opgeduwd.
Bob Stevens probeerde voorbij Frans van Maarschalkerwaart te geraken, terwijl Jos Stevens hetzelfde probeerde bij Max Boodie en Nykle Meijer. De E-type van Meijer maakte daarbij indruk door de keiharde knallen die hij bij gas loslaten produceert. De beide Marcossen voerden nu de GTS11 klasse aan, waarbij Evans alles probeerde om aan te haken bij Hamilton. De non-V8 toerwagens werden verrassend aangevoerd door Rob Rappange, nadat Schlüchter bij een uitstapje flink tijd was verloren. De MGB-trein werd nu aangevoerd door Edwin Dijkman en was een rijtuig korter geworden omdat Egbert Kolvoort zijn auto met een afgelopen v-snaar moest parkeren. De beide Lotus Elites van Bert du Toy van Hees en Detlef Kroh maakten simultaan een pitstop. Kroh kon weer verder, maar voor Du Toy van hees zat het weekend erop met wederom een kapot differentieel. Dit alles gaf de leiding in de klasse aan Fred Corporaal in de derde Lotus Elite, die echter op moest passen voor Lombard met zijn Alpine. De Lotus Elan van rookie Jean-Christophe verloor opnieuw de startmotor, misschien moeten we zijn schuilnaam maar veranderen in “Startie?”.
Terwijl de eerste achterblijvers gelapt werden, slaagde Ellerbrock erin een gaatje te slaan. Bergmans was de pits in gegaan om een raar geluid te onderzoeken, maar er was niets te zien en dus ging hij maar weer door. Voerman’s Shelby kreeg toch weer problemen, Frits Campagne passeerde Sander van Gils en Van Maarschalkerwaart had nu Bob Stevens, Max Boodie, Nykle Meijer en Jos Stevens achter zich aan. Even later maakte Bob een foutje en had hij ineens Jos weer in de spiegel. Kargus knokte zich langs Fokke, Schlüchter ging voor bij aan Rappange en Bondesson wist zich eindelijk te ontdoen van Ardelt’s Volvo.
Vooraan was de situatie stabiel, hoewel Gross nog steeds kort op Nolte zat, maar vanaf plaats 5 ging het er hectisch aan toe. Uiteindelijk was het Sander van Gils die na een paar zeer snelle rondjes deze plek pakte, voor Bijleveld, die Frits Campagne nipt voor wist te blijven. Vorköper herpakte zich en eindigde voor Adriaans en Waaijenberg. Bob Stevens herstelde zich goed, pakte weer drie plaatsen en werd elfde, voor Meijer en Jos Stevens. Hamilton won GTS11, hij had uiteindelijk zelfs Kargus, Fokke en Oprey als buffer naar Evans. Dit ondanks het feit dat Evans geen millimeter aan de kant ging voor de leider, daarbij alle blauwe vlaggen negerend. Schlüchter en Rappange pakten de winst in CT08 en CT06 en Ardelt deed hetselfde in CT09, maar daarin was hij dan ook de enige deelnemer. Niek van Gils won de MGB-klasse van Edwin Dijkman en Fred Corporaal pakte de winst bij de kleine GT’s met een voorsprong van 3 seconden op Lombard.
Race 2
Noest sleutelwerk maakte dat veel van de uitvallers weer aan de start konden komen. De Healey van Bas Jansen offerde een naaf op voor de auto van Jac Meeuwissen. Klaas en Timo Span repareerden het koelsysteem van Ebdon’s Cooper. De nr. 172 Shelby werd weer opgelapt, de Abarth-kruiskoppeling gerepareerd en de Lotus-startmotor weer vastgezet. En terwijl andere teams aan het barbecueën waren, was in pitbox 1 door het team van Gross een mobiele rollenbank opgebouwd waar de Volvo van Thomas Ardelt in de toeren gejaagd werd. Het uiteindelijke resultaat: een winst van 30 pk.
Zondagmiddag, 25 minuten voor de start. Her en der stapt al eens iemand in zijn auto, maar de meeste coureurs hangen nog wat rond, als ineens het licht aan het einde van de pitstraat op groen gaat. Een oproep heeft niemand gehoord. De regel is dat je een half uur van te voren klaar moet staan, maar zonder vooropstelling is daar weinig aanleiding toe. Druppelsgewijs gaat iedereen de baan op en dan ineens gaat het hek dicht. Dirk Waaijenberg, Harmen van Putten en Michel Oprey zijn dan nog bezig hun gordels vast te maken, terwijl Ron Verzijlbergen wel klaar was, maar ingeparkeerd stond. Zij starten dus noodgedwongen helemaal achteraan.
Na een rondje achter de Safety Car gaan de lichten uit en is het verrassend Norbert Gross die als eerste de Source uitkomt. Michiel Campagne gebruikt de overvloedige pk’s van de Corvette Grand Sport om er in de afdaling naar Eau Rouge voorbij te accelereren. Daniela Ellerbrock (die nu de Shelby Daytona bestuurt) is als derde weg, voor het gele plastic duo Sander van Gils / Frits Campagne en Jaap van der Ende in de Ford Falcon. Even later pakt Adriaans Van der Ende voor de tweede plaats in CT10. Jos Stevens ligt deze keer voor Bob, zij vechten om P2 in GTS10.
Gross geeft niet op: bij het aanremmen van de Bus Stop aan het eind van de tweede ronde zit hij voor de Grand Sport en hij gaat zelfs als leider over de lijn. Michiel Campagne stelt nu echter orde op zaken, nadat ze naast elkaar door de Source zijn gegaan neemt hij definitief de leiding. Georg Nolte heeft een slechte start gehad in de GT40, maar is Van der Ende en Van Gils inmiddels voorbij, terwijl Frits Campagne en Daniela Ellerbrock er even later ook aan moeten geloven. Jochem Kentgens gaat lekker, hij zit voor Gerrit Jan van Leenen en Edwin Dijkman. Thomas Ardelt spuit met zijn 30 extra pk’s als een raket tegen de berg omhoog, maar elders laat hij het liggen want zijn rondetijden zijn maar 1,5 seconde sneller. Jos Stevens gaat in Eau Rouge voorbij aan Van der Ende, en daarachter is een mooi gevecht gaande tussen Max Boodie, Nykle Meijer en Rob Bergmans, totdat Meijer er in de dubbele linkse af spint over zijn eigen olie. In GTS11 is Hamilton duidelijk sneller dan Evans, de blauwe Marcos kan niet bijblijven, tot zichtbare frustratie van de piloot. Michael Vollmar bestuurt nu de gele Lotus Elite en is in gevecht met Peter Struik in de MGB. Het publiek geniet van de een overvloed aan inhaalacties, omdat de snellere achteraan-starters door het veld naar voren gaan. Maar dan ontstaat achterop het circuit een chaos: de één na de ander glijdt uit over de olie van Meijer’s E-type, gelukkig zonder verdere brokken.
Terecht beslist de wedstrijdleiding om de Safety Car in de baan te brengen, maar de kop is al voorbij. In plaats daarvan is het Hamilton op P13 die wordt opgepikt. Iedereen sluit aan, Evans voorop, want die ziet kansen. Ondanks het feit dat ze “vrij” rijden, gaan ook de leiders netjes van het gas af. Zo ontstaan er twee groepen. De tweede daarvan wordt echter niet aangevoerd door raceleider Michiel Campagne, maar door de allerlaatste man in de race, de net niet gelapte debutant Dierk Adoms in zijn MGB. De arme Dierk komt nog snelheid tekort, maar hij heeft zich het gehele weekend keurig gedragen en is niemand tot last geweest. Daar wordt hij nu voor beloond met twaalf ongeduldig trappelende vechtjassen die in zijn nek hangen!
Na drie langzame ronden wordt het veld weer losgelaten, te beginnen met de tweede groep, die strijdt om positie 13. Evans doet meteen een alles-of-niets poging om Hamilton uit te remmen in La Source. Het wordt niets, en het is Thomas Kargus in de Lotus Elan die profiteert, hij gaat als eerste Eau Rouge door, gevolgd door Pieter Boel in de Shelby Mustang, daarna komt Hamilton en dan pas Evans. Alexander Schlüchter moet zijn Lotus Cortina met pech in de pits zetten en geeft daarmee de leiding in CT08 aan Gerrit Jan van Leenen.
Intussen nadert de Tête de la course de startlijn en kunnen ook zij weer gaan racen. Dierk Adoms kiest eieren voor zijn geld en maakt al voordat het licht op groen gaat ruimte, zodat het hele rijtje kemphanen hem voor de Source al voorbij is. Nolte doet in de haarspeld een poging om met zijn GT40 de Falcon van Gross uit te remmen, maar hij gaat wijd en moet de positie teruggeven. Frits Campagne en Sander van Gils strijden om P5 en daarachter zijn Adriaans, Van der Ende en Bergmans in gevecht.
In de tweede groep komt ondertussen Roel Korsten naar voren met zijn Mustang. Evans’ Marcos heeft het weer begeven en Hamilton wordt nu bedreigd door nog twee V8’en, namelijk de Falcon van Waaijenberg en de Shelby Mustang van Harmen van Putten, gevolgd door Van Gammeren in de 911. Rappange voert de kleine toerwagenklasse aan, maar om de tweede plaats is een gevecht gaande tussen Klaas Span en Roger Ebdon. Helaas voor Ron Verzijlbergen kan hij zich daar niet in mengen, het Fiat-motortje loopt niet lekker en hij moet zelfs even de pits in. Bij de kleine GT’s heeft Fred Corporaal met de Lotus Elite steeds aan de leiding gereden, maar nadat de Safety Car de baan heeft verlaten is het Michel Lombard die toeslaat en met zijn Alpine A110 de Lotus-dominantie doorbreekt.
Vooraan zijn de kaarten nu geschud, maar Sander van Gils en Frits Campagne zijn nog volop in de slag en Bergmans pakt Van der Ende. In de tweede groep rukken de dikke Fords verder op, Van Putten is Kargus voorbij, Waaijenberg en Boel hebben het druk met elkaar en Hamilton probeert Korsten weer in te halen. Dijkman passeert van Leenen en Span en Ebdon zijn ook nog aan het bakkeleien.
Helaas zit het er dan op, al na 9 ronden valt de vlag. De winst gaat deze keer naar Michiel Campagne, voor Georg Nolte. Norbert Gross is weer onverslaanbaar bij de toerwagens en blijft zelfs de GTS12 winnende Cobra Daytona van Ellerbrock voor. Sander van Gils beslist het duel met Frits Campagne in zijn voordeel en is weer de beste in GTS10. Adriaans, Bergmans en Jos en vader en zoon Stevens maken de top-10 vol, want Van der Ende krijgt straf wegens grensoverschrijdend gedrag. Gerrit Jan van Leenen wint CT08 voor Gerard Zwart, Rob Rappange is de beste Mini, Klaas Span pakt P2 in de klasse voor Ebdon en ook Ardelt noemen we nog een keer, want hij reed hem weer uit! Bij de kleine GT’s was de winst als gezegd voor Lombard, Corporaal wordt nog tweede ondanks een in de laatste ronde zieltogende Lotus. GTS11 is opnieuw voor Robert Hamilton, Theo van Gammeren wordt tweede en ook de derde plaats van Niek van Gils is vermeldenswaard, want veroverd met een MGB.